Stichting Koekeloere
Stichting KoekeloereNationaal Park De MeinwegMeinweg Actueel Flora en FaunaOnderzoek, Project en ActiviteitMeinweg Ecotop 2012Meinweg fotoboekDownloads
Nationaal Park De Meinweg
Meinweg Nationaal Park
Gebiedsbeschrijving
Op het web
Gebiedsbeschrijving

Nationaal Park de Meinweg

Wilt u Nationaal Park vanuit de lucht verkennen, dan kunt u gebruik maken van onderstaande Google Maps configuratie. Klik met uw muis op 'satelliet' waardoor het landschap onder u verschijnt.  Gebruik de pijltoetsen om de plaats te wijzigen. Met de 'plus-min' tekens kunt u in of uit-zoomen.

Meer lezen over het gebied >>

Google Maps JavaScript API Example
 
 
Nationaal Park De Meinweg

Heide - Bossen - Overig

Nationaal Park de Meinweg is gelegen in de gemeente Roerdalen ten oosten van Roermond. Kenmerkend voor Nationaal Park de Meinweg is het terrasvormig landschap. Het hoogste deel wordt gevormd door het hoogterras dat gevormd is door afzetting van zand, grind en klei door rivieren in het Midden-Pleistoceen. Het hoogterras ligt op ongeveer 80 meter boven NAP. Het hoogterras is in de volksmond bekend als het Wolfsplateau. Hier bevindt zich ook de voormalige Beatrixmijn.
Het Midden-terras, ongeveer 50 meter boven NAP is ontstaan door latere insnijdingen van de Maas. Het is op dit terras waar zich de heideterreinen, vennen en het bos hebben gevormd.
Het Maas-Roerlaagterras ligt ongeveer 10-30 meter boven NAP en valt buiten de inventarisatie van 2008.
Loodrecht op de terrassen doorsnijden twee beken het gebied. In het noorden is dit de Boschbeek. De Boschbeek heeft haar oorsprong op de Meinweg zelf en vormt de noordelijke grens van het gebied en tevens de grens met Duitsland. De zuidgrens wordt gevormd door de Roode Beek (figuur 1). De Roode Beek is een sterk meanderende beek die zijn oorsprong heeft in Arsbeck Duitsland.
De Meinweg is van oorsprong een groot bos- en moerasgebied. De huidige bos-heide verhouding is ontstaan in de jaren dertig. In het kader van werkverschaffing in deze crisisjaren zijn grote delen van het gebied omgespit en bebost. De gemeente Vlodrop raakte op deze manier al haar heide kwijt. (Hermans, 1996).
 
 
De heide in het Meinweggebied is ontstaan uit het oorspronkelijke eiken-berkenbos als gevolg van roofbouw. Er worden twee typen heide onderscheiden; vochtige heide en droge heide. In het Meinweggebied vindt men echter ook allerlei overgangen en mengvormen van beide typen. Het reliëfrijk landschap draagt bij tot grote verschillen op geringe afstand.
 
Vochtige Heide Vochtige heide onderscheidt zich van natte heide doordat de struik- en dopheide in wisselende verhoudingen voorkomen. Voorbeelden van vochtige heide liggen in het Meinweggebied vooral rond de vennen in de slenk ten westen van de Kombergen en langs beide beekdalen. Hier treffen we ook uitgestrekte gagelstruwelen aan.
 
Vennen De vennen treffen we voornamelijk aan in delen met vochtige heide. De bekendste zijn Rolvennen, Vossekop en Elfenmeer. Alle thans nog water bevattende vennen en poelen zijn door menselijk handelen ontstaan. De vennen worden doorgaans omringd door gagelstruweel (Hermans, 1996). Overige wateren op de Meinweg treffen we aan in de vorm van grotere en/of kleinere poelen die verspreid op de hei en in de bosgebieden kunnen worden aangetroffen.

Droge heide
In de droge heide overheerst de struikheide en komt dopheide niet voor. In het Meinweggebied groeit hoofdzakelijk de armere variant van de struikheide. In dit type vegetatie komen nauwelijks andere soorten voor. Verspreid komt brem voor. De heideterreinen op de Meinweg worden gekenmerkt door het verspreid voorkomen van eiken die de heide een kleinschaliger karakter geven. Op sommige heidepercelen heeft sterke vergrassing plaatsgevonden. De vergrassing is voornamelijk toe te schrijven aan de sterk toegenomen stikstoftoevoer door neerslag. Grassen groeien door het extra aanbod aan stikstof sneller in verhouding tot struikheide.
 
Vergrassing van heidevelden is voor vele aan dit type landschapstype gebonden diersoorten ongunstig (Hermans, 1996).
 
Het overgrote deel van de heideterreinen die we op de Meinweg aantreffen betreft het type ‘droge heide’. De grotere heidepercelen vinden we aan weerszijde van de Herkenbosser baan en aan weerszijde van de Lange Luier.
  
Aan de Herkenbosserbaan vinden we heideterreinen met voornamelijk struikheide welke zich bevindt in de verval of ‘degeneratiefase’. Deze meest vitale of ‘optimale fase' van de heidebegroeiing eindigt ongeveer 20 of 25 jaar na de pioniersfase, de eerste groeifase. De fase is op te splitsen in een opbouw-fase en volwassen-fase. Dan begint de verval-fase of ‘degeneratiefase', waarbij de heidepollen vanuit het midden afsterven. De naar beneden gebogen, op de grond liggende takken aan de rand van de pol zijn echter in staat om wortels te vormen ( natuurkennis.nl). Verspreid treffen we op deze heideterreinen opslag van eiken en berken aan. De heideterreinen zijn reliëfrijk, maar vrij monotoon van vegetatiestructuur.
 
De heideterreinen aan de Lange luier zijn kleiner en meer versnipperd in vergelijking tot de heidevelden langs de Herkenbosser Baan. Ook vele van deze heideterreinen kunnen worden ingedeeld in de categorie struikheide in de degeneratiefase.
 
 
 
Ruim de helft van het oppervlak van Nationaal Park de Meinweg wordt in beslag genomen door bos.
Op de hogere zandgronden is de van nature dominerende boomsoort veelal de zomereik, de wintereik of de beuk, aangevuld met pioniers zoals de ruwe berk of de zachte berk. In het Meinweggebied komen beide eiken voor. Het eiken-berkenbos is het bostype dat op de zandgronden van de Meinweg oorspronkelijk voorkomt. Dit type bos telt, afhankelijk van de locatie soms twee soorten eiken, meestal begeleid door een of twee soorten berken. De ondergroei in deze bossen wordt gekenmerkt door de grassen bochtige smele, zachte witbol, op vochtige plaatsen vooral door pijpenstrootje en verder door liggend walstro, smalle en brede stekelvaren en vaak vele vierkante meters adelaarsvaren en braam. Sporadisch ook bosbes en lelietje van dalen. De bekendste bosgebieden van dit type zijn ‘De Kombergen’ en ‘Steenheuvel’. Het betreft doorgaans bossen met een hoge natuurwaarde (Hermans 1996).
Een groot deel van de bosgebieden is ontstaan door bebossing in de dertiger jaren. Het merendeel van deze bossen bestaat uit grove den fijnspar en Japanse lariks. Als loofhout is vooral zomereik, ruwe berk en Amerikaanse eik aangeplant. We treffen deze bossen vooral aan aan weerszijde van de verharde Meinweg en ten zuiden van de spoorlijn ‘IJzeren Rijn”. In deze bossen zien we de laatste jaren steeds vaker omvorming naar meer natuurlijk boscomplexen. Door uitdunning enerzijds en aanplant van inheemse loofboomsoorten anderzijds wordt het aandeel naaldhout in deze bosgebieden kleiner. De ondergroei in de bosgebieden bestaat voornamelijk uit pijpenstrootje. 

Vochtige bossen
 Berkenbroekbos vinden we langs de Boschbeek en de hogere delen van de Roode Beek. Kenmerkende boomsoort is zachte berk, begeleid door vuilboom, grauwe wilg en gagel. De kruidlaag is doorgaans slecht ontwikkeld. Langs de Roode beek komen we nog goed ontwikkelde berkenbroekbossen tegen, deze zijn ook aangewezen als veenbos binnen het Natura2000 gebied de Meinweg.
 
Elzenbroekbossen treffen we aan langs de Boschbeek. Als dominante boomsoort treffen we hier zwarte els aan, in de kruidlaag rompgemeenschap met moeraszegge.
Soortenrijker Elzenzegge-Elzenbroekbos treffen we aan aan weerszijde van de Roode Beek. Ook hier is de dominante boomsoort de zwarte els. De kruidlaag is echter soortenrijker met soorten als, moerasszegge, bittere veldkers, slanke sleutelbloem, dotterbloem, bosbies groot heksenkruid (Hermans, 1996). 
 
 
Het aandeel open gebied binnen de grenzen van Nationaal Park de Meinweg, anders dan heide, beperkt zich tot drie gebieden; de omgeving van het Melickerven, het Wolfsplateau en Crayhofweide nabij Vlodrop-station. Niet alle delen zijn in beheer of eigendom van Staatsbosbeheer. In alle drie voornoemde gebieden wordt op kleine schaal landbouwgrond omgevormd naar natuur. In 2008 is in de omgeving van het Melickerven grond afgegraven waardoor een tweede ondiep ven is ontstaan.