Ruigpootbuizerd Buteo lagopus nieuw voor NP de Meinweg, december 2010.
Begin december werd door Johan Maessen op het Meinweg plateau een Ruigpootbuizerd aangetroffen. Dit betreft de eerste waarneming van deze soort voor NP de Meinweg. De soort is in Nederland een schaarse wintergast en kan van oktober tot april in Nederland worden waargenomen.
De Ruigpootbuizerd is overigens niet de enigste nieuwe vogelsoort die dit jaar aan de soortlijst van de Meinweg kan worden toegevoegd. Ook de Hop Upupa epops die begin juli door R. van Dongen op de Meinweg is gesignaleerd is nieuw voor de lijst.
De als nieuw voor NP de Meinweg aangekondigde Astermonnik Cucullia asteris blijkt toch Grauwe monnik Cucullia umbratica te zijn. 
Op 31 juli van dit jaar werd in een tuin te Vlodrop Station een nachtvlinder gefotografeerd. De nog onbekende soort op de foto werd eind november ter determinatie aangeboden. Het leek in eerste instantie te gaan om de Astermonnik. Typisch voor deze soort is de roodachtig bruine tekening langs de voorrand van de voorvleugel.
De Astermonnik is in Nederland een zeldzame soort die we voornamelijk langs de kust aantreffen. Nadere bestudering van de opname brachten twijfel; de kenmerkende tekening in de binnenrandshoek van de voorvleugel ontbreekt, de vleugelvoorrand is bij de Astermonnik veel duidelijkere getekend dan bij het exemplaar dat op 31 juli is gefotografeerd. De Grauwe monnik is een gewone soort die verspreid over het hele land kan worden waargenomen. Foto: Marc en Anita Poeth /Vlodrop
Rustige najaarstrek tijdens EuroBirdwatch 2010, okober 2010
Op 2 oktober werd door Vogelwerkgroep Roerstreek en Stichting Koekeloere voor de vierde keer op rij deelgenomen aan de landelijke trekvogelteldag 'EuroBirdwatch'. Tijdens een ochtendtelling van 7.00 tot 12.00 uur werden overtrekkende vogels geregistreerd. De top drie bestond dit jaar uit Vink (317), Zanglijster (204) en Boerzenzwaluw (81). Krenten uit de pap waren dit jaar onder meer Grote Zilverreiger en Rode Wouw.
De volledige lijst én een overzicht van de resultaten van de afgelopen jaren klik dan hier.
Hoogveenaarduil ook in 2010 waargenomen, augustus 2010
In augustus werd wederom de Hoogveenaarduil Coenophila subrosea aangetroffen in één van onze nachtvlindervallen. Dit is het tweede achtereenvolgende jaar dat de soort is waargenomen. Hoogveenaarduilen zijn niet afhankelijk van hoogveen, de rupsen kunnen ook overleven op wilde gagel Myrica gale. Deze plant is in ruime mate op de Meinweg aanwezig.
Leuke resultaten op smeer, juni 2010
In juni en juli worden jaarlijks het aantal territoria van Nachtzwaluwen op de Meinweg in kaart gebracht. Nachtzwaluwen worden pas laat in de avond, begin van de nacht actief waardoor deze activiteit prima gecombineerd kan worden met het aanbrengen van smeer als lokstof voor het aantrekken van nachtvlinders. Deze methode heeft in juni ondermeer Tweestreepgrasuil Mythimna turca, Eeenstreepgrasuil Mythimna conigera en Marmeruil Polia nebulosa opgeleverd. Alle voornoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of niet gewoon. Opvallend was daarnaast het grote aantal Vogelwiekjes Dypterygia scrabiuscula.
Muurrouwzwever Anthrax anthrax aan de lijst toegevoegd, Mei 2010

Eind mei werd een muurrouwzwever Anthrax anthrax aangetroffen op de heide van NP de Meinweg. De muurrouwzwever behoort tot de familie van Wolzwevers en parasiteert bij solitaire bijen. De soort maakt de nesten van de bijen open om er eigen eieren bij te leggen. Eenmaal uitgekomen voedt de larve zich met rupsen of eieren van de solitaire bijen. De muurrouwzwever is ooit eerder op de Meinweg aangetroffen, maar waarnemingen zijn schaars, mededeling J. Hermans/Linne. De soort stond nog niet in de flora en faunalijst van Stichting Koekeloere.
Minder Rietvinkrupsen in 2010, April 2010
Het lijkt erop dat er dit jaar minder rupsen van de Rietvink Euthrix potatoria aanwezig zijn dan in 2009. Tijdens het broedvogelonderzoek in het Meinweggebied worden ook consequent waarnemingen van deze rupsen op kaart aangetekend. Werden er in de maanden maart-april 2009 gemiddeld twee rupsen per bezoek aangetroffen, in 2010 ligt dit aantal in vergelijkbare periode op minder dan één per bezoek.
Ooievaars Ciconia ciconia doen Plateau aan, maart 2010
Eind maart werden tijdens een broedvogelinventarisatie in de vroege ochtend vijf Ooievaars aangetroffen op het Meinweg plateau. De vogels hebben hier naar alle waarschijnlijkheid de nacht doorgebracht. De Ooievaars zijn omstreeks 8.30 uur vertrokken na uitgebreid gefourageerd te hebben. Voor zover bekend is het de eerste waarneming van Ooievaars aan de grond voor NP de Meinweg.
Variabele heidebladroller Acleris hyemana nieuw voor de Meinweg , maart 2010
Het nachtvlinderseizoen gaat dit jaar al direct goed van start. Tijdens de eerste nacht dat er vlindervallen zijn geplaatst, kon al een nieuwe soort aan de biodiversiteitslijst van NP De Meinweg worden toegevoegd; de Variabele heidebladroller. De soort behoort tot de grote familie van bladrollers. De variabele heidebladroller is en zeer zeldzame soort die slechts op enkele plaatsen in Nederland wordt aangetroffen in heidegebieden op zandgronden. De soort overwintert als volwassen vlinder.
Ganzen ontdekken Meinweg plateau, februari 2010
De gehele maand februari zijn grote groepen ganzen te bekijken vanaf de verharde Meinweg boven op het wolfsplateau. De groepen bestaan uit meerdere soorten. Het meest talrijk is de Toendrarietgans Anser serrirostris met aantallen variërend tussen de 100 en 1000 exemplaren. Ook de Kolgans Anser albifrons is talrijk met aantallen tussen de 5 en 300 exemplaren. Grauwe gans Anser anser en Brandgans Branta leucopsis zijn minder talrijk.
Van deze laatste werd slecht één exemplaar waargenomen.
Slaapplaats Blauwe Kiekendieven Circus cyaneus Nationaal Park De Meinweg, februari 2010
Blauwe Kiekendieven zijn op de Meinweg wintergasten in klein aantal. De soort wordt regelmatig jagend boven de heidevelden waargenomen. Minder bekend is dat de kiekendieven delen van de Meinweg ook als slaapplaats gebruiken. Dat dit minder bekend is, is op zich niet vreemd. De kiekendieven arriveren doorgaans pas in de avondschemer op de slaapplaats en vallen vrijwel direct in. Ook 's ochtends verlaten ze de slaapplaats nog voor zonsopkomst.
Op de Meinweg slapen de vogels op de grond in open (overjarige)heidegebieden of delen met veel Pijpenstrootje Molinea caerulea een plant uit de grassenfamilie. Beide biotopen komen op vele locaties op de Meinweg voor, hetgeen betekent dat ook de kiekendieven op meerdere plaatsen kunnen overnachten.
Overnachten vindt solitair of in kleine groepjes plaats. In februari is er sprake van minimaal drie vrouwtjes op één slaapplaats.
|